Onderbouw
- Indianendans
Groep: 1 t/m 3
Duur: Minimaal 10 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: Ontspanning en je vrij voelen.
Plaats: In een kring, waar niet teveel spullen staan.
Groepsgrootte: Onbepaald
Startvoorwaarde: Zorg dat iedereen lekker zit/ligt en serieus is.
Uitvoering: Indianendans
- De leerkracht vertelt dat er een indianendans gemaakt wordt met de hele klas. Iedere indiaan heeft een bijzondere indianennaam. Daarom mag ieder kind een eigen indianennaam verzinnen en deze naam om de beurt vertellen in de kring. U kunt als leerkracht beginnen en zelf een naam verzinnen.
- Alle kinderen staan in een kring. Ze lopen op hun plek. Dan mag een kind een beweging verzinnen, die hij/zij voordoet op zijn of haar plek. Vervolgens doet de rest van de groep deze beweging na.
————————————————————————–
- Spiegeltje, spiegeltje
Groep: 1 t/m 3
Duur: Minimaal 2 minuten en maximaal 10 minuten.
Doel: Concentratie op bewegingen en verfijning van deze bewegingen oefenen.
Plaats: In een ruimte waar iedereen genoeg ruimte heeft om te staan.
Groepsgrootte: Onbepaald, bij voorkeur een even aantal.
Startvoorwaarde: Zorg dat er tweetallen gemaakt zijn.
Uitvoering: Spiegeltje, spiegeltje
De kinderen beginnen in een kring . De leerkracht maakt een aantal bewegingen en de kinderen doen deze bewegingen na.
Vervolgens maken de kinderen tweetallen. De tweetallen gaan verspreidt door de ruimte tegenover elkaar staan. Het ene kind verzint een beweging en het andere kind doet de beweging tegelijkertijd na, als een spiegel. Als het ene kind geweest is, dan draaien de rollen om.
————————————————————————–
- Proeven
Groep: 1 t/m 3
Duur: Minimaal 10 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: Concentratie en ontspanning.
Plaats: In een ruimte waar iedereen genoeg ruimte heeft om te zitten.
Groepsgrootte: Onbepaald.
Startvoorwaarde: Zorg dat iedereen lekker zit.
Uitvoering: Proeven van een rozijn.
Opmerking: Er wordt bij deze les gekozen voor de rozijn, omdat deze niet te herkennen is, totdat erop gebeten wordt. Hij ruikt namelijk niet en als je er niet op bijt, dan proef je ook niets. Ook komt het niet vaak voor dat kinderen allergisch zijn voor rozijnen.
Alle kinderen zitten in de kring. Ze sluiten allemaal hun ogen. De leerkracht vertelt dat hij/zij iets gaat uitdelen aan ieder kind. Daarom maken alle kinderen met hun handen een kommetje. Als het kind het in de handen krijgt, mag het eraan voelen en eraan ruiken. De ogen zijn nog steeds gesloten. Als ieder kind aan de rozijn heeft gevoeld en geroken, mag deze ook worden geproefd en worden gegeten. Als kinderen het niet lekker vinden, mogen ze het ook uitspugen. Vervolgens open alle kinderen hun ogen.
Er wordt besproken wat het precies was wat ze kregen. Andere punten die kunnen worden besproken:
- wat dacht je dat het was?
- hoe voelde het aan?
- hoe rook het?
- vond je het vies?
- hoe smaakte het?
- Ademhalingsoefening
Groep: 3 t/m 5
Om rustig te worden voor een meditatie kun je ademhalingsoefeningen doen. Hierbij kunnen de kinderen zitten of liggen en moeten eigenlijk heel stil zijn om hun ademhaling/hartslag te horen/voelen. Het kan op elke gewenste plek. Door de rust kunnen de kinderen nog beter beginnen aan de rest van de oefeningen.
Duur: Minimaal 2 minuten en maximaal 5 minuten.
Doel: Ontspanning en rust.
Plaats: Op een stoel, staand of op de grond. De omgeving moet zo rustig mogelijk zijn voor optimale concentratie.
Groepsgrootte: Onbepaald.
Startvoorwaarde: De kinderen moeten serieus zijn en rustig naar zichzelf luisteren. Uitvoering: Ademhalingsoefening.
De kinderen doen hun ogen dicht, en helemaal stil zijn. Ze concentreren zich op hun ademhaling. Door te tellen van 1 tot en met 4, wordt er extra nadruk gelegd op de ademhaling waardoor je automatisch rustig wordt. Deze oefening kun je opbouwen, door te beginnen met 1 minuut en dit uit te bouwen tot maximaal 5 minuten.
————————————————————————–
- 7 up
Groep: 3 t/m 5
Duur: Minimaal 10 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: Ontspanning.
Plaats: In een kring, waar niet teveel spullen staan. Of in de klas.
Groepsgrootte: Onbepaald
Startvoorwaarde: Zorg dat iedereen lekker zit en serieus is.
Uitvoering: 7 up
De kinderen zitten in de klas op hun plek of zitten in een kring op de grond. Er worden 3 kinderen gekozen die in het midden van de kring staan. De andere kinderen in de kring sluiten hun ogen.
De 3 kinderen in het midden van de kring lopen door de kring. Zij tikken allen 1 kind aan. Vervolgens gaan zij terug naar het midden van de kring. De kinderen tellen met zx92n allen tot 3 en roepen 7 up. Dan openen alle kinderen hun ogen.
Dan wordt er gevraagd wie er getikt is. Deze kinderen gaan staan en raden wie van de kinderen in de kring hun getikt heeft. Hebben ze het goed geraden, dan wisselen ze van plek in de kring. Raden ze het niet goed, dan mogen de kinderen die in het midden van de kring staan nog een keer.
————————————————————————–
- Groeien van een zaadje
Groep: 3 t/m 5
Duur: Minimaal 10 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: Ontspanning en je vrij voelen.
Plaats: In een kring, waar niet teveel spullen staan.
Groepsgrootte: Onbepaald, bij voorkeur een even aantal.
Startvoorwaarde: Zorg dat er tweetallen gemaakt zijn.
Uitvoering: Groeien van een zaadje
Kinderen zitten in tweetallen in een kring op de grond. De een zit met de rug naar de ander. Er wordt afgesproken op welke plaatsen de rug aangeraakt mag worden. Dit is de bovenkant van de schouders en het bovenste gedeelte van de rug.
Het verhaal dat verteld wordt gaat als volgt: In de grond zit een zaadje en dat zaadje moet gaan groeien. Daar is water voor nodig. Kleine druppeltjes water (tik zachtjes met je vingertoppen op de rug van de ander). Ook heeft het zaadje zonlicht nodig om te groeien (wrijf met de platte handen in een draaiende beweging over de rug). Ten slotte heeft het zaadje grond en mest nodig (zet zachtjes je vuisten op de rug van de ander en doe dit om meerdere plaatsen). Nu heeft het zaadje alles om te gaan groeien en als je de regen, zonlicht en grond een paar keer gegeven hebt, weet ik zeker dat het zaadje gaat groeien (het kind komt dan langzaam omhoog en gaat langzaam aan staan).
Als het ene kind geweest is, dan wisselen de rollen om en wordt het verhaal nog een keer verteld.
- Pinokkio
Groep: 3 t/m 5
Voor je met de meditatie begint kan je eventueel een verhaal bij de meditatie vertellen. Zo kunnen de kinderen zich beter inleven in meditatie.
Alle kinderen zorgen ervoor dat ze een goed plekje hebben; dit kan in een stoel zijn, maar ook op de grond. De kinderen kunnen ook gaan liggen.
Duur: Minimaal 10 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: De ademhaling vertragen en ontspannen.
Plaats: Een stoel of de grond. Zorg voor een rustige omgeving, met niet te veel bijgeluiden van buitenaf.
Groepsgrootte: Onbepaald.
Startvoorwaarde: Zorg dat je lekker zit of ligt en serieus bent. De leerkracht leest de tekst langzaam voor. Laat de kinderen elke zin voor zich zien.
Uitvoering: Pinokkio: (ik adem langzaam)
Doe je ogen dicht, wees heel stil en stel je voor dat je Pinokkio bent. Je bent uit hout gesneden. Je bent een houten marionet. Je lichaam voelt aan als een grote zware houten plank. Je zakt helemaal weg in de grond of in de stoel onder je. Je bent helemaal stijf en stil. Je armen en benen zijn heel zwaar, want je bent van heel zwaar hout gemaakt. Je kunt alle spieren van je lichaam ontspannen en loslaten en dieper en dieper wegzakken in de grond of op je stoel. Je hoofd is zwaar, je buik en je rug voelen zwaar, je armen en benen zijn zwaar. En zo zit je een poosje, heel zwaar en ontspannen.
(De leerkracht gaat iets hoger praten) En dan voel je ineens heel langzaam een fijne tinteling in je voeten. Je komt, net als Pinokkio, weer tot leven. De tintelingen kruipen omhoog door je benen en je heupen, door je buik en je borst en je nek en je armen en je hoofd. Je gaat je langzaam steeds warmer voelen. Je bent nog heel stil en je voelt je hart kloppen. Je bent niet meer van hout.
Nog steeds ben je heel stil, luister je naar je ademhaling en je bent blij dat je leeft. Voel hoe het bloed rustig door je lichaam stroomt. Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. Als je eraan toe bent beweeg je je vingers en je tenen, je rekt je eens lekker uit. Elke keer dat je in- en uitademt kom je weer verder tot leven.
————————————————————————–
- Moeder de Gans
Groep: 3 t/m 5
Duur: Minimaal 10 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: Ontspanning en je vrij voelen.
Plaats: Op een stoel of de grond, waar niet teveel spullen staan of veel geluiden van buitenaf zijn; zorg dus voor een rustige omgeving.
Groepsgrootte: Onbepaald
Startvoorwaarde: Zorg dat iedereen lekker zit/ligt en serieus is. De leerkracht leest de tekst langzaam voor en zorgt ervoor dat de kinderen alles voor zich kunnen zien.
Uitvoering: Moeder de gans (ik ben vrij)
Doe je ogen dicht, wees heel stil en stel je voor dat je op een prachtige witte gans door de lucht vliegt, dat is Moeder de Gans. Moeder de Gans kan je overal heen brengen waar je maar wilt. Je houdt haar vast aan haar zachte verenhals en hup, daar ga je, heel snel de lucht in. Het zit heerlijk daar op de rug van Moeder de Gans en je vliegt de hele wereld rond. Je vliegt over zeexebn, over woestijnen, bossen, rivieren en bergen met sneeuw en je kijkt voorzichtig naar beneden. Wat zie je daar allemaal?
Het vliegen geeft je een gevoel van vrijheid, je voelt de wind door je haren gaan en tegen je gezicht aanwaaien, geniet er maar even van en ook de zon. Die schijnt heerlijk warm op je gezicht. Wat een heerlijk gevoel is dat om op deze manier over de hele wereld te laten vliegen.
Kijk nog eens een keer naar beneden. Daar lopen kinderen en ze zwaaien naar je, zo blij zijn ze dat ze jou op die vliegende gans zien zitten. En terwijl je de wereld rond vliegt herhaal je voor jezelf: ik ben vrij, ik ben vrij. Vlieg maar zo lang als je wilt en als je zin hebt, ga je weer terug naar huis.
Als je daar aangekomen bent, beweeg je je vingers en je tenen, je rekt je eens lekker uit en doe je je ogen open.
- In de knoop
Groep: 6 t/m 8
Duur: 10 minuten
Doel: Teambuilding / groepsgevoel
Plaats: Een lege ruimte, waar iedereen in een kring kan staan.
Groepsgrootte: Onbepaald
Uitvoering: In de knoop
Iedereen staat in een kring en steekt zijn beide handen naar voren, zodat die alle andere handen raakt. De ogen zijn gesloten en nu pakt iedereen per hand een andere hand, zodat iedereen iemand anders vastheeft (je mag niet je eigen hand pakken). Als iedereen twee handen vastheeft, mogen de ogen geopend worden en moet de knoop die er in zit, uit elkaar worden gehaald, zodat iedereen weer in xe9xe9n of meerdere kringen staat. Het kan zijn dat er mensen achterstevoren staan, of dat twee kleinere kringen elkaar kruisen. Het eindigt wanneer iedereen dus ‘uit de knop is’.
————————————————————————–
- De drukke stad
Groep: 6 t/m 8
Duur: Minimaal 15 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: Ontspanning en je vrij voelen.
Plaats: Op een stoel of de grond, waar niet teveel spullen staan of veel geluiden van buitenaf zijn; zorg dus voor een rustige omgeving.
Groepsgrootte: Onbepaald
Startvoorwaarde: Zorg dat iedereen lekker zit/ligt en serieus is. De leerkracht leest de tekst langzaam voor en zorgt ervoor dat de kinderen alles voor zich kunnen zien.
Uitvoering: De drukke stad
Je loopt langs een drukke weg,
de autox92s razen langs je heen,
de benzinedamp slaat tegen je aan,
Niemand ziet je gaan.
Je voelt je niet lekker en alleen.
Je loopt langs een muur en je ziet een poortje.
Het poortje ziet eruit zoals jijzelf dit wilt.
Het is een houten poortje of een ijzeren poortje.
Misschien wel een poortje van bloemen of van kleuren. bedenk het zelf.
Je opent het poortje en loopt er doorheen, je komt in een mooi bos.
Vanaf het poortje loopt een pad, begroeit met mos dieper het bos in.
Je loopt over het pad en hoort de stilte in het bos, je hoort de vogeltjes fluiten, een uil roepen. en een specht kloppen tegen een boom.
In de verte hoor je stromend water, je loopt erop af.
Je loopt door het struikgewas en plots sta je voor een snel… stromende rivier.
De zon schijnt door de wolken en door het opspattende water wordt een regenboog zichtbaar.
De kleuren vallen een voor een voor je voeten neer en je voelt ze door je voeten.
Je staat op en kijkt nog eens naar de regenboog.
Je draait je om en loopt terug naar het bos.
Door het bos loop je terug naar het poortje.
De vogels begeleiden je.
Bij het poortje aangekomen, open je het poortje en stapt er doorheen.
Je bent weer terug in de hectische stad.
Er is iets verandert. Of ben jij dat?
De drukte raakt je niet. Mensen lachen je toe, je hebt een lekker gevoel.
Je voelt je gelukkig.
Dit poortje is van jou,niemand kan dit poortje openen,
Want jij hebt het bedacht,….alleen jij.
Je kunt hier komen wanneer je wilt, wanneer je je niet lekker voelt of zomaar.
Onthoud dat dit poortje van jou is en dat je er altijd terug kan komen!
Beweeg langzaam je vingers en je tenen, rek je eens lekker uit en doe je ogen open.
Kom nu op je eigen tempo terug.
————————————————————————–
- Foto
Groep: 6 t/m 8
Duur: Minimaal 15 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: Ontspanning.
Plaats: In kleine groepjes van 4 kinderen.
Groepsgrootte: Onbepaald
Startvoorwaarde: Zorg dat iedereen lekker zit en serieus is.
Voorbereiding: Ieder kind neemt een foto mee die hij of zijn inspireert en mooi vindt.
Uitvoering: Foto inspiratie
Er worden in de klas kleine groepjes gemaakt van bijvoorbeeld 4 kinderen (ligt aan de groepsgrootte). Alle kinderen hebben fotox92s meegenomen. De fotox92s worden in het midden van de tafel gelegd. Dan kiezen de kinderen met elkaar de foto die hen het meest inspireert en die ze met zx92n allen het mooist vinden. Als alle groepjes een foto hebben gekozen, worden deze foto’s klassikaal besproken. Ieder groepje laat de foto zien die zij hebben gekozen en vertellen daarbij waarom.
Vervolgens vertelt ieder kind in het groepje iets over zijn of haar foto. Waarom vind jij de foto mooi? Waarom inspireert het jou? Wat is het verhaal bij de foto? Als alle kinderen over hun foto hebben verteld kiezen de kinderen nog een keer de meest inspirerende foto. Deze fotox92s worden ook klassikaal besproken. Is het dezelfde foto? Waarom hebben jullie voor deze foto gekozen?
————————————————————————–
- Tekst
Groep: 6 t/m 8
Duur: Minimaal 15 minuten. Maximaal naar eigen invulling.
Doel: Ontspanning.
Plaats: In kleine groepjes van 4 kinderen.
Groepsgrootte: Onbepaald
Startvoorwaarde: Zorg dat iedereen lekker zit en serieus is.
Voorbereiding: Ieder kind neemt een stukje tekst mee die hij of zijn inspireert en mooi vindt.
Uitvoering: Tekst inspiratie
Er worden in de klas kleine groepjes gemaakt van bijvoorbeeld 4 kinderen (ligt aan de groepsgrootte). Alle kinderen hebben een stukje tekst meegenomen. De teksten worden in het midden van de tafel gelegd. Dan kiezen de kinderen met elkaar de tekst die hun het meest inspireert en die zij met zx92n allen het mooist vinden. Als alle groepjes een tekst hebben gekozen, worden deze teksten klassikaal besproken. Ieder groepje leest de tekst voor die zij hebben gekozen en vertellen daarbij waarom.
Vervolgens vertelt ieder kind in het groepje iets over zijn of haar tekst. Waarom vind jij de tekst mooi? Waarom inspireert het jou? Wat is het verhaal bij de tekst? Als alle kinderen over hun tekst hebben verteld kiezen de kinderen nog een keer de meest inspirerende tekst. Deze teksten worden ook klassikaal besproken. Is het dezelfde tekst? Waarom hebben jullie voor deze tekst gekozen?